Havenplein Spaarndam

Door: Hein Kramers 21/09/2021 | Teo Veringa 21/09/2021
Donderdagmiddag om 2 uur hadden Hein Kramers en ik een afspraak op het Havenplein in Spaarndam-West. Net na een regenbui, onder een bleek winterzonnetje troffen we Henk, bewoner van het pittoreske Havenplein. “Wat wil je ons laten zien Henk”, vroeg ik maar meteen, “Wat maakt dit plein nou zo bijzonder?” – “Ach,” zei Henk, “Waar in de Randstad heb je nog een pleintje zoals dit?

Waar in die drukke Randstad vind je nog leuke huisjes met een parkje voor de deur en deze rust? En stadse voorzieningen kun je zo in de directe omgeving vinden. Spaarndam-West heeft een beschermde status omdat er in het verre verleden allerlei types woningen en schuren zijn gebouwd. Zo heeft het de uitstraling gekregen die het nu heeft en daar past het Havenplein heel goed in. Het heeft iets monumentaals. De gevels zijn wel origineel,

maar al dat groene houtwerk, die rabatdelen, dat hoort daar helemaal niet. Ze hebben die gevel zomaar ingepakt zonder te kijken of het ook mooi is en of het een beetje lijkt op wat architect Sevenhuijsen ooit bedacht

had in 1927.” Ymere vindt het nodig om de huizen aldaar weer wat levensbestendiger en meer van deze tijd te maken en dat is ook nodig. Als bestuursleden van De Waakvlam hebben Hein Kramers en ik ons opgeworpen om de bewoners bij dit proces te begeleiden en waar nodig op hun rechten en mogelijkheden te wijzen. Tijd om een Bewonerscommissie op te richten. Op de bewonersbijeenkomst zei Henk meteen al: “O nee, daar begin ik niet meer aan. Ze doen toch precies wat ze zelf willen. Dat heb ik allemaal al een keer meegemaakt.” Ja, als je wat ouder wordt en op de zelfde plek blijft wonen kun je zo’n renovatie zomaar twee keer meemaken.

Maar net zoals nu merkten we hoezeer Henk van deze plek houdt en hoe ongelooflijk veel kennis hij in huis heeft. Niet alleen door zijn ervaring in de bouw, maar ook door de band die hij en zijn vrouw Annet hebben met dit unieke pleintje.

Ze waren hier onder bijzondere voorwaarden komen wonen. Ze zagen een huisje dat in afwachting van de renovatie van 1980 leeg stond. “Eerst maar eens proberen

of we daar in kunnen komen”. Dat lukte. “Nu moeten zij nog maar zien of ze ons hier weer uitkrijgen”, lachte Henk. Nou dat heeft het plein geweten. 42 Jaar geleden begonnen Henk en Annet op nummer 3, later verhuisden

ze naar nummer 5 en weer later naar nummer 12. Helaas kregen ze daarbij wel een paar fikse huurverhogingen.


Inmiddels worden we binnen uitgenodigd en zien we meteen waardoor dit plekje zo uniek is. Behalve het feit dat het een behoorlijke tuin heeft, grenst die ook nog eens aan het Fort benoorden Spaarndam en het Landje van Gruijters (natuurgebied). Op de bovenverdieping hebben ze een mooi uitzicht daarover met de forten erbij. We hebben Henk natuurlijk toch zover gekregen om wel aan de Bewonerscommissie deel te nemen. Zo hebben we elkaar al een aantal keren gezien bij gesprekken met Ymere. Daar wilden we in dit interview eigenlijk wat aandacht aan geven. “Hoe vind je dat het gaat met Ymere, Henk?” 


“Ach eerst lijken de bergen niet hoog genoeg; alles lijkt te kunnen. En die architect die ze ingehuurd hebben heeft zulke mooie dingen laten zien van zijn eerdere projecten. Daar likte ik mijn vingers bij af. Maar ja de directie hè, die zegt: “er moet bespaard worden”. Dan begrijp ik niet dat ze zo’n man inhuren. Je weet van tevoren dat het niet doorgaat. Ben benieuwd wat er van overblijft. Ik heb het altijd gezegd: doe nou eerst de basis; zorg dat het casco staat en maak die huizen wind- en waterdicht. Als een huis niet geheel waterdicht is en je gaat van binnenuit isoleren, dan gaat dat op den duur schimmelwerking bevorderen. Neem nou die nok, die is niet waterdicht. Dan kan je daar onder wel isolatie gaan aanbrengen, maar wat gebeurt daar boven dan? Dat bedoel ik... dat is wachten op problemen; dat is toch niet duurzaam bouwen?”


Maar we wilden het toch ook nog even hebben over hoe verschillend de aanpak van de renovatie in 1980 was vergeleken met die van nu. “Die eerste keer kregen we veel meer een compleet plan gepresenteerd en konden we daarin wat wijzigingen voor elkaar krijgen. Zoals bijvoorbeeld de plattegrond van de woning. Open keuken, half open keuken, raampje hoger of lager, dat soort dingen.” “Ook werden de woningen aanzienlijk groter. Nu lijkt alles zo open in de gesprekken met Ymere, maar we voelen ons eigenlijk niet serieus genomen. We brengen van alles in, maar wordt daar naar geluisterd? We hebben behoefte aan een realistisch bod waarbinnen we kunnen werken met Ymere.” Instemmend kijken we elkaar aan, wetend dat de belangrijkste dingen gezegd zijn. We nemen nog wel wat vragen mee voor Ymere in ons eigen overleg met de woningcorporatie. “Je houdt echt van deze plek hè, Henk?” - “Ik zal je vertellen Teo: Annet en ik hebben fietstochten door Europa gemaakt in onze vakanties en we zeiden geregeld tegen elkaar: ‘Wat is het hier mooi hè en wat is het daar mooi hè’. Maar als we dan thuis kwamen konden we ons geluk niet op, want zo mooi als hier met die polder, de forten, het water: waar vind je nog zo’n plein met rondom groen in een beschermd dorpsgezicht? En daar is geen woord van gelogen.”